De goede antwoorden in juiste chronologische volgorde:
8 Abraham krijgt als troost voor Sarah’s onvruchtbaarheid van Sarah een bijvrouw, Hagar, bij wie hij wel kinderen kan verwekken.
5 Aartsvader Abraham wil zijn zoon Isaac (in opdracht van God) offeren. Een engel wijst hem op een ram dat verstrikt zit in de struiken, die hij uiteindelijk in plaats van zijn zoon zal offeren.
4 Tijdens een reis worstelt Jacob (zoon van Isaäc en kleinzoon van Abraham) met een geheimzinnige man, volgens de joodse overlevering een engel een boodschapper van God. De worsteling eindigt met een overwinning van Jacob en een zegen door mysterieuze vreemdeling: “Je naam is niet langer Jacob, maar Israël”, wat strijder voor God betekent.
9 Jakobs zoon Jozef (de oudste zoon van zijn vrouw Rachel, zijn vrouw Lea had al kinderen, van wie Ruben de oudste is) wordt door zijn broers als slaaf verkocht. Zo komt hij in Egypte terecht.
12 De Israëlieten in slavernij aan het werk voor de Farao in Egypte.
7 De in het rieten mandje liggende Mozes wordt in het gevolg van de dochter van de Egyptische Farao meegedragen.
1 God geeft Mozes vanuit een brandende braambos de opdracht om zijn volk dat in slavernij leeft, uit Egypte te leiden.
2 Een van de tien plagen waarmee God via Mozes de Farao op de knieën weet te krijgen om het volk Israël te laten gaan: de sprinkhanenplaag.
11 Mozes krijgt van God de Tien Geboden op de berg Sinaï.
6 De kleine herder David velt de Filistijnse reus Goliath met zijn slinger.
3 De affaire van koning David met de al getrouwde Batseba.
10 Koning Salomo laat de eerste tempel (droom van zijn vader David) in Jerzualem bouwen.