Heilige geschriften

De TeNaCH vormt het fundament van het Jodendom

Wanneer we het hebben over de heilige geschriften van het Jodendom, dan hebben we het natuurlijk als eerste over de TeNaCH: Thora, Nevi’iem en Ketoevim, de boeken die zijn ontstaan voor de Diaspora, dus voor het jaar 70 na Christus. Dit zijn dus heel oude boeken. Maar wat betekenen die boeken voor Joden nu? Elke sjabbat wordt er in de synagoge vanaf de bima een gedeelte voorgelezen uit de Thora. Hier vind je meer informatie over het gebruik van de Thora binnen de synagoge.

Hieronder zie je het interieur van de synagoge in Amersfoort, met de bima op de voorgrond en de aron hakodesj op de achtergrond.

Interieur van de synagoge in Amersfoort. Beeld: Wikimedia Commons.

Bovenaan de aron hakodesh zijn vaak de Tien Geboden afgebeeld, zoals je kunt zien op onderstaande foto van een dienst in de synagoge in Zwolle.

Synagoge in Zwolle tijdens een Joodse dienst. Beeld: nik.nl

Op de website van de synagoge in Aalten wordt uitleg gegeven over alle onderdelen in het interieur, zoals de heilige arke (aron hakodesh), de stenen tafelen van de Tien geboden, en de Thorarollen.

Via voorwerpen in de synagoge worden Joden dus herinnerd aan het belang van de Thora. Maar wat staat er nou eigenlijk in? En hoe zit het met die andere boeken, de Nevi’im en de Ketoevim? De opdrachten hieronder maken dat duidelijk. Je leest steeds een stukje uit deze boeken door de link(s) aan te klikken. Deze stukjes tekst gaan vaak over de God van de Joden en de reacties van de mensen. Vervolgens maak je de vragen.

1. Thora – Beresjiet (Genesis): De ontstaansverhalen. Hier lees je over de schepping en de aartsvaders, Abraham, Isaäk en Jakob. Wat doet/zegt God en wat doen/zeggen Adam en Eva, Abraham en Jakob?

2. Thora – Sjemot (Exodus): De slavernij in Egypte. Hoe het volk Israël, de afstammelingen van Abraham Isaäk en Jakob in slavernij kwamen en er weer uit werden gered door Mozes, die door God zelf geroepen was. Wat doet/zegt God en hoe reageert Mozes?

3. Nevi’im (Profeten) – Sjemoeël 1 (I Samuël): Profetie en geschiedschrijving tegelijk: de avonturier David en zijn kompanen. De strijd om het koningschap. Waarom ging David de strijd aan met de reus Goliath?

4. Nevi’im (Profeten) – Jesjajaoe (Jesaja): (on)gehoorzaam volk. Hoe het volk Israël heen en weer geslingerd wordt tussen dienst aan God en dienst aan de afgoden van naburige volken. Op welke manier wordt het volk Israël hier beschreven? Geef 1 voorbeeld uit de tekst.

5. Ketoebim (Geschriften) – Tehiliem (Psalmen): De liederen van koning David en anderen. Poëzie vol emotie, maar ook vroomheid. Wat is Davids beeld van God? Hoe ziet hij hem?

6. Ketoebim (Geschriften) – Ester (Esther): De eerste Holocaust (die gelukkig verijdeld werd). Wat moest er op de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand Adar, gebeuren?

Mondelinge toelichting op de Thora: de Misjna / De voltooiing van de Misjna: De Gemara

De Talmoed: vele meningen: één Halacha